3. Onderwijskundige informatie

3.1 DE KADERS VANUIT ONZE MISSIE EN VISIE

Leren zien we als het begeleiden van de leerlingen in hun sociale, emotionele, culturele en cognitieve ontwikkeling vanuit basisbehoeften relatie, competentie en autonomie.

Leren gebeurt vanuit intrinsieke motivatie

  • De leerlingen ontwikkelen zich in een rijke, krachtige leeromgeving die uitdaagt tot leren.
  • We gaan uit van de mogelijkheden, interesses en talenten van de leerlingen.

Leren gebeurt met behulp van de 21e -eeuwse vaardigheden

  • We leren de leerlingen probleemoplossend en creatief denken.
  • We stimuleren een onderzoekende houding door de leerlingen kritisch te leren denken en informatie vanuit verschillende perspectieven te leren bekijken.
  • We werken met een ruim aanbod aan analoge en digitale leermiddelen om het leren te ondersteunen en te verrijken. We leren de kinderen hier verantwoord mee om te gaan.
  • Door aandacht aan burgerschap te besteden stimuleren we het sociaal en cultureel bewustzijn.
  • We leren van en met elkaar.

De leerlingen zijn zelf (mede) verantwoordelijk

  • De leerlingen leren keuzes te maken op basis van veiligheid, respect en verantwoordelijkheid.
  • De kinderen sturen het eigen leerproces door middel van zelfregulatie van de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • We streven naar een leerling gestuurde aanpak, waarbinnen kennisoverdracht en het inoefenen van algemene vaardigheden ook leerkracht gestuurd kunnen zijn.


Veranderingen dit schooljaar

In dit schooljaar zullen er vanuit onze missie en visie een aantal veranderingen plaatsvinden. Deze veranderingen richten zich vooral op het vergroten van de intrinsieke motivatie, door de leerling het eigen leerproces te laten sturen. We versterken hiermee de basisbehoeften relatie, competentie en autonomie. Dit komt tot uiting in de nieuwe gesprekscyclus die we vanaf dit schooljaar hanteren en het invoeren van een portfolio. 

De leerling en de leerkracht spreken elkaar natuurlijk elke dag in de klas. Daarnaast vindt er vanaf groep 2  twee keer per jaar een reflectiegesprek plaats tussen leerkracht en leerling waarin er wordt gereflecteerd op de afgelopen periode. Welke vaardigheden om tot leren te komen beheerst de leerling al voldoende en welke vaardigheden kunnen nog ontwikkeld worden? De leerling geeft dit zelf aan, de leerkracht begeleidt hem of haar daarbij.  

 Nadat de leerkracht en leerling dit gesprek hebben gevoerd volgt er een ontwikkelingsgesprek met de leerkracht, leerling en ouders. Hierbij vertelt de leerling hoe het gaat met zijn of haar ontwikkeling. Voorheen vonden deze gesprekken plaats zonder de leerling, maar nu zal vanaf halverwege het schooljaar in groep 2 de leerling het gesprek (mede) zelf voeren. Zo zorgen we ervoor dat we niet meer over de leerlingen praten, maar met de leerlingen. Bij groep 1 is het gesprek alleen tussen ouders en leerkracht en afhankelijk van het moment van instromen.

De formulieren die gebruikt worden bij deze gesprekken vormen tezamen het ontwikkelingsportfolio. Dit zal de onderdelen ‘werkhouding’ en ‘sociale ontwikkeling’ op het rapport vervangen. Daarnaast zullen een aantal vakken ook niet meer op het rapport staan, maar de resultaten daarvan zijn te zien in het presentatieportfolio en in het werk in de klas.  

Wat verandert er ten opzichte van voorgaande jaren: 

  • Er zijn geen tafeltjesavonden meer, de gesprekken vinden na schooltijd plaats over een periode van drie weken. U wordt voor deze gesprekken uitgenodigd;  
  • Bij groep 2, 2/3 en 3 is de leerling bij het tweede en laatste gesprek aanwezig; 
  • Vanaf groep 4 is de leerling altijd aanwezig bij het ontwikkelingsgesprek. Het laatste gesprek blijft facultatief. Wanneer er meer zorg omtrent een leerling is zal u een uitnodiging krijgen voor een apart gesprek tussen ouders en leerkracht;
  • De rapportage waarbij leerlingen beoordeeld worden zal minder omvangrijk zijn, omdat sommige onderdelen in het portfolio een plaats hebben gekregen. Deze rapportage zal twee keer per jaar mee naar huis gegeven worden. 

 

3.2 Kleuters op obs De Zonnebloem

Wij zijn van mening dat een kleuter alle kans moet krijgen om gewoon lekker kleuter te zijn en zich al spelend, experimenterend, onderzoekend en verwonderend kan ontwikkelen. Een eenzijdig aanbod van cognitieve activiteiten achten wij niet goed voor de ontwikkeling van een jong kind. Voor een harmonieuze ontwikkeling is meer nodig dan alleen werkbladen, letter- en cijferwerkjes of een computer. Hoewel ook deze zaken spelenderwijs aan bod komen, ligt bij ons toch de nadruk op het opdoen van zintuiglijke indrukken, het handelend bezig zijn, het fantasiespel, de creatieve bezigheden, de motorische, sociaal-emotionele vaardigheden en de taalontwikkeling. Ook de muzikale ontwikkeling krijgt extra aandacht. Om te zorgen dat al deze aspecten afwisselend aan bod komen, wordt er gewerkt volgens een rooster.

De aard en de inhoud van de bezigheden worden door de leerkrachten aangepast aan het ontwikkelingsniveau, de belangstelling en de behoeften van de kinderen.

Informatie voor ouders van nieuwe kleuters
Voor ouders die hun kind voor het eerst op obs De Zonnebloem brengen is er een intakegesprek. Na 6 weken school is er een voortgangsgesprek met de leerkracht.

De kring
Ieder dagdeel begint en eindigt in de kring. Dit draagt bij tot het groepsgevoel, regelmaat en orde. Het is de bedoeling dat de kinderen na hun binnenkomst rustig op hun plaats gaan zitten en even gezellig met elkaar praten. In de kring worden kringgesprekken gehouden, instructies gegeven, voorgelezen en de activiteiten voor die dag besproken.

Taalontwikkeling
Taalontwikkeling wordt bevorderd door middel van het vertellen of voorlezen van verhalen, sprookjes en gedichten, door kringgesprekken, rijmspelletjes, opzegversjes, spraakoefeningen, toneelspel en poppenkast. Ook wordt in de kring instructief met materialen gewerkt en leren de kinderen bijvoorbeeld nieuwe begrippen, de namen van de kleuren, de dagen van de week, plaatjes logisch rangschikken en daarbij de redenen verwoorden. Al deze activiteiten komen ook voor in onze thema’s en de map ‘beginnende geletterdheid’. We gebruiken ook een map ‘begrijpend luisteren’ en besteden aandacht aan kritisch luisteren. En we hebben lesmateriaal voor taalontwikkeling in de kast staan.

Voorbereidend rekenen
Om in groep 3 aan het rekenprogramma te kunnen deelnemen, is het nodig dat de kinderen een breed scala van begrippen kennen. Dit gebeurt o.a. in de voorbereidende rekenactiviteiten uit de map ‘beginnende gecijferdheid’. We hebben ook ontwikkelingsmaterialen voor rekenen in de kast staan.

Muzikale vorming
Muzikale vorming vindt plaats in de kring of in het speellokaal. Samen zingen is gezellig, geeft energie en schept een band. Daarom wordt er vaak gehuppeld, gedanst en geklapt. Ook wordt gebruik gemaakt van eenvoudige slaginstrumenten. Wij besteden veel aandacht aan specifieke kleuterliedjes. Een muziekles bestaat uit zang en beweging, maar ook uit oefeningen met betrekking tot maat en ritme, stemvorming, auditief geheugen, ademhaling, fantasie en improvisatie. Buiten het feit dat het leuk is om te doen, bevordert het de concentratie en de luisterhouding.

Spel en beweging
Spel en beweging vindt zowel buiten als in het speellokaal plaats. Doorgaans gaan we ieder dagdeel enige tijd naar de speelplaats en meestal kan daar met karren of ander materiaal worden gespeeld. In het speellokaal worden gym, spel-les en muzikale vorming of creatief spel gegeven. In dit lokaal wordt niet op schoenen of sokken gelopen; desgewenst wel op zogenaamde turnschoentjes. De doelen van kleutergym zijn, naast de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek, het leren van begrippen (op, onder, hoog, laag, snel, langzaam) en het aanleren van sociale vaardigheden zoals rekening houden met elkaar, op je beurt wachten en samenwerken. Er wordt afwisselend gebruik gemaakt van groot gymmateriaal (wandrek, banken, springkasten) en klein gymmateriaal (hoepels, ballen, pittenzakken). De kinderen gymmen in hun ondergoed. Hoe eerder de kinderen zich zelfstandig kunnen uit- en aankleden, des te efficiënter kan er gewerkt worden.

Ontwikkelingsmateriaal
In het klaslokaal werken we dagelijks met algemeen ontwikkelingsmateriaal. Vaak kunnen de kinderen zelf activiteiten kiezen, maar soms worden er ook gerichte opdrachten gegeven aan kinderen individueel of aan een groepje. Mogelijkheden zijn daarbij:

  • het spelen met bouw- en constructiemateriaal (blokkenhoek, blokkentafel, lego, enz.);
  • het spelen met materiaal ter ontwikkeling van de fantasie en sociale vorming (water- of zandtafel, poppenhoek, poppenhuis);
  • het werken met expressiemateriaal (verf, klei, krijt, potlood, ecoline, lijm, papier, enz.);
  • het werken met materiaal ten behoeve van de cognitieve ontwikkeling (lotto’s, puzzels, domino, kralen, mozaïek, tangram enz.).

Kinderen die moeite hebben met deze activiteiten krijgen uiteraard deze activiteiten wat vaker aangeboden om hun ontwikkeling op dit punt verder te stimuleren. Vanuit de kring kiest ieder kind een werkje of krijgt het een opdracht. Daarna wordt er gelijk aan begonnen en later wordt zoveel mogelijk zelfstandig opgeruimd. Hoewel we ruim voorzien zijn van schorten en we de kinderen duidelijk instrueren, zijn vlekken natuurlijk niet altijd te vermijden. Daarom wordt kleding aanbevolen die makkelijk gewassen kan worden.

Bevordering van gezond gedrag
Tijdens de lessen ter bevordering van gezond gedrag is er aandacht voor de verzorging van het lichaam (bijvoorbeeld na toiletbezoek doortrekken en handen wassen), gezonde eetgewoonten en gebitsverzorging. In deze lessen wordt ook aandacht besteed aan De Vreedzame School.

De natuur
Gedurende het hele schooljaar staat de natuur met de bijbehorende seizoenproducten in de belangstelling. Vaak is er in de klas een tafel te vinden met daarop in de lente bijvoorbeeld een bloeiende tak of sneeuwklokjes, aangevuld met boekjes en platen. Zo wordt de nieuwsgierigheid van de kinderen gewekt en worden ze gestimuleerd tot het stellen van vragen. De groepen maken ook uitstapjes en worden dan extra begeleid door ouders.

Sociale vorming
Aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden besteden wij veel aandacht. Prettige omgangsvormen zoals groeten, bedanken, anderen uit laten spreken, overleggen, speelgoed delen, elkaar helpen en op je beurt wachten, staan bij ons hoog in het vaandel. Die omgangsvormen zijn nodig om een prettige sfeer te creëren waarin alle kleuters zich veilig kunnen voelen.

Thema’s
Veelal wordt gewerkt in thema’s. Dat betekent dat we de activiteiten zoveel mogelijk in samenhang aanbieden aan de hand van een thema. Bijvoorbeeld insecten, verkeer, wonen, familie, de seizoenen, de jaarfeesten, etc.

Feesten
We vieren regelmatig verschillende feesten zoals Sinterklaas, Kerst, Pasen en het Zomerfeest. We besteden ook aandacht aan de feesten uit andere religies. Verder mag elk kind zijn/haar verjaardag vieren. De jarige wordt dan toegezongen in de kring en mag trakteren, zie 1.3.2.

iPads en computers
De computer en de iPads worden bij de kleuters als een ontwikkelingsspelletje gebruikt net zoals de andere ontwikkelingsspelletjes uit de kasten.

Zelfstandigheid
Bevorderen van de zelfstandigheid gaat volgens ons hand in hand met opvoeden. De training daarvan is erg belangrijk. Vanaf het moment dat een kind de basisschool binnenkomt wordt daaraan gewerkt (leren luisteren, onthouden, zelf materialen pakken, zelf oplossingen bedenken, zelf je wensen kenbaar maken, zelf denken, jezelf aankleden, etc.). Natuurlijk is er een opbouw in de zelfstandigheid van de kinderen van 4 t/m 12 jaar. Er is tevens een opbouw in de spanningsboog (dat is de tijdsduur waarin kinderen geconcentreerd kunnen werken).

Wanneer uw kind niet zindelijk is neem dan contact op met de leerkracht. Ook kleuters doen volop mee aan de ontwikkeling van zelfstandig werken binnen onze school.

Observatiemethode KIJK
Bij de kleuters werken de leerkrachten met KIJK. Dit is een compleet en praktisch programma om de totale ontwikkelingen van de kinderen van 4 t/m 6 jaar in kaart te brengen. Door de kinderen regelmatig te observeren krijgen de leerkrachten een goed inzicht waar het kind staat in zijn/haar ontwikkeling en wat voor het kind de volgende stap is. De doelen van Kijk zijn:

  • Kinderen gericht observeren;
  • De ontwikkeling van kinderen registreren ;
  • Onderwijsbehoeften bepalen;
  • Gesprekken voeren met ouders over de ontwikkeling van hun kind(eren);
  • Voor leerlingen in groep 2 rapporten op maat maken. 

3.2.1   Groep 2/3 en groep 3
Een kleuter komt op 4-jarige leeftijd op school en blijft ongeveer 2 jaar bij de kleuters. Daarna gaat het kind naar groep 3. Ook de kleuters die voor 1 januari 4 jaar zijn geworden gaan na één jaar naar groep 2. Daar kijken we of het kind het programma van groep 2 aan kan.
Of een kind doorgaat naar groep 3 valt onder het beleid van de school. De beslissing van de school is gebaseerd op observaties, toetsen en gesprekken met de interne begeleiders en leerkrachten. Voor de observaties gebruiken we observatielijsten van KIJK. De communicatie naar de ouders over de overgang naar groep 2/3 of 3 is als volgt:

  • Er is een informatieavond over de werkwijze voorafgaand aan het nieuwe schooljaar.
  • In februari worden de tussentijdse bevindingen besproken met de ouders. Bij twijfel worden de mogelijkheden besproken om het kind te stimuleren in de ontwikkeling.
  • In juni wordt de definitieve beslissing genomen en besproken met de ouders.

Leerlingen uit groep 2 die jarig zijn vóór 1 oktober, gaan in principe naar groep 3, tenzij de school anders beslist. Leerlingen uit groep 2 die jarig zijn tussen 1 oktober en eind december gaan naar groep 2/3, tenzij de school anders beslist. Leerlingen uit groep 1 die cognitief toe zijn aan meer uitdaging dan groep 2 kan bieden, gaan ook naar groep 2/3. Ook hier beslist de school.